Naar hoofdinhoud

2. › 2.3

Artikel 10

Passend toewijzen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Westland 2015-2019

1.. Het inkomen van het huishouden moet in redelijke verhouding staan tot de huurprijs van de woonruimte. Huishoudens met een inkomen van 1,5 maal het norminkomen voor meerspersoonshuishoudens volgens artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag kunnen een woonruimte tot de huurprijsgrens huren; het inkomen van de huurprijsgrens wordt geïndexeerd in overeenstemming met de indexeringsmethode van de doelgroep grens in de Wet op de huurtoeslag. 2.. Voor de bepaling van het inkomen hanteren burgemeester en wethouders de volgende nadere uitvoeringsregels: Bij de bepaling van het rekeninkomen kan gebruik gemaakt worden van het meest recente inkomen van de woningzoekende; Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager verzoeken een inkomensverklaring van de Belastingdienst met betrekking tot het meest recente kalenderjaar te overleggen, ter verificatie van het opgegeven inkomen. 3.. De grootte van het huishouden moet in een naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders redelijke verhouding staan tot de grootte van de woonruimte woningen met een gebruiksoppervlakte vanaf 80 m² worden toegewezen aan huishoudens met minimaal drie leden; De norm genoemd onder a geldt niet voor woningen met een hoge mate van toegankelijkheid, zoals rolstoelwoningen voor mensen met een fysieke beperking en woonruimte bedoeld voor huishoudens die van deze voorraad afhankelijkheid zijn’. 4.. De functiebeperking van het huishouden, vanuit gemeentelijke indicatiestelling op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning, moet in een naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders redelijke verhouding staan tot de toegankelijkheid van de woning.

Rechtspraak bij dit artikel