Naar hoofdinhoud

4.

Artikel 32

Beslissing over urgentieverklaring

Onderdeel van Huisvestingsverordening Westland 2015-2019

1.. Burgemeester en wethouders beslissen op de in artikel 31 eerste lid, bedoelde aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag en de daarbij over te leggen bescheiden en brengen de beslissing ter kennis van de aanvrager. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 4 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen hun bevoegdheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mandateren aan een toetsingscommissie. In dat geval blijven het vierde en vijfde lid buiten toepasing. 4.. Burgemeester en wethouders beslissen slechts op de aanvraag nadat de toetsingscommissie terzake een advies heeft uitgebracht. 5.. Indien het advies van de toetsingscommissie betrekking heeft op een woningzoekende die buiten eigen schuld of toedoen tenminste 2 maanden verblijft in een van gemeentewege erkend (te)huis voor noodopvang betrekt de toetsingscommissie daarbij het advies van de instantie op wiens advies de woningzoekende is opgenomen in het (te)huis voor noodopvang. 6.. Een urgentieverklaring bevat in ieder geval: de datum waarop de urgentiepositie van kracht wordt; de termijn waarvoor de urgentieverklaring geldig is; de soort woonruimte waarvoor de urgentieverklaring geldig is. de naam(namen) van de gemeente(n) waar de urgentieverklaring geldig is. Aantal personen van het huishouden voor wie de urgentieverklaring geldt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel