**1.** Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 ten minste de volgende criteria:
de mate waarin de activiteit bijdraagt aan één of meerdere beleidsdoelen;
de mate waarin de over te dragen kennis praktisch toepasbaar is en aansluit op de behoefte en ontwikkelingen in de Landbouw;
de mate waarin de aanvrager beschikt over voldoende gekwalificeerd en regelmatig getraind personeel en dit inzet voor de activiteit;
de kosteneffectiviteit van de activiteit.
**2.** Gedeputeerde Staten stellen tevens minimaal één selectiecriterium vast dat betrekking heeft op:
de mate waarin de doelgroep zelf bijdraagt aan de activiteit;
het innovatieve karakter van de over te dragen kennis;
de mate waarin de doelgroep nog niet op de hoogte is van de over te dragen kennis of deze nog niet toepast;
de mate waarin de activiteit betrekking heeft op toepassing van bestaande kennis uit andere sectoren;
de kwaliteit van het projectplan;
Het geplande aantal deelnemers aan de activiteit.
**3.** Gedeputeerde Staten kunnen de criteria als bedoeld in de eerste twee leden nader uitwerken in een openstellingsbesluit.
**4.** Bij de keuze en nadere uitwerking van de selectiecriteria als bedoeld in de eerste twee leden dient gelet te worden op economische doelmatigheid en milieuefficiëntie.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.1.7
selectiecriteria
Onderdeel van Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 (Regeling POP3 subsidies)