Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.8.8

hoogte subsidie

Onderdeel van Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 (Regeling POP3 subsidies)

1. Indien de activiteit betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten bedraagt de hoogte van de subsidie: 70% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder b en c, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, onder e, voor zover het kosten voor samenwerking en kennisverspreiding betreft; 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder d tot en met i, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, voor zover het kosten van niet-productieve investeringen betreft; 40% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder d tot en met i, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, voor zover het kosten van productieve investeringen betreft; 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder a en b, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, onder e, voor zover het kosten betreft voor de oprichting van een projectmatige samenwerking en het gezamenlijk formuleren van een projectplan. 2. Indien de activiteit geen betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten bedraagt de hoogte van subsidie: 25% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder a tot en met h, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, indien de subsidieontvanger een grote onderneming is; 35% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder a tot en met h, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, indien de subsidieontvanger een middelgrote onderneming is; 45% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder a tot en met h, en de kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, tweede lid, indien de subsidieontvanger een kleine onderneming is; 40% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.8.6, eerste lid, onder i. 3. De percentages, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met c, kunnen worden verhoogd met 15% indien: het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één kleine- of middelgrote onderneming en geen van de partijen meer dan 70% van de kosten draagt, en een onderzoeks- of onderwijsinstelling aan het samenwerkingsverband deelneemt en deze instelling minimaal 10% van de kosten draagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel