Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Ioaw Ioaz Vught 2018.

1.. Om het voor werkgevers aantrekkelijk te maken iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen krijgt de gemeente de mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken. 2.. De hoogte van de subsidie hangt af van de loonwaarde van de werknemer. De loonwaarde wordt op de werkplek vastgesteld op basis van een transparante en betrouwbare methode. De loonwaarde wordt elk jaar (in geval van beschut werk: elke drie jaar) opnieuw vastgesteld. 3.. De loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde, vermeerderd met een vergoeding voor de werkgeverslasten. Dit is inclusief de werkgeverslasten. De subsidie is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. 4.. De werkgever betaalt aan de werknemer cao-loon of als er geen cao-loon is, minimaal het wettelijk minimumloon. 5.. Als het Cao-loon hoger is dan het wettelijk minimumloon, zijn die meerkosten voor rekening van de werkgever. 6.. Het college kan ervoor kiezen om bij aanvang van het dienstverband gedurende maximaal de eerste 6 maanden van het dienstverband de forfaitaire loonkostensubsidie in te zetten conform artikel 10d lid 1 Participatiewet. 7.. Bij de forfaitair loonkostensubsidie vindt gedurende maximaal de eerste 6 maanden van het dienstverband geen vaststelling van de loonwaarde plaats maar wordt een loonwaarde van 50% gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel