Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Treasurystatuut 2015 gemeente Halderberge

De gemeente Halderberge heeft in het verleden diverse malen een verzoek gehad om borg of garant te staan voor geldleningen van organisaties uit de gemeente Halderberge. Beide begrippen worden vaak door elkaar gebruikt. Een toelichting hierop is daarom wenselijk. Een garantie is een vorm van zekerheidstelling waarbij de ene partij (de garant) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de gegarandeerde) jegens de schuldeiser heeft. Dit is overigens geen vastomlijnd juridisch begrip. Dat geldt wel voor een andere vorm van zekerheidstelling: de borgtocht. Borgtocht is volgens het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:850) een overeenkomst waarbij de ene partij (de borg) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) jegens de schuldeiser heeft of zal verkrijgen. In het kader van het verlenen van gemeentegaranties worden de gemeentegaranties bedoeld voor door derden aangetrokken gelden, die zij zonder gemeentegarantie niet zouden kunnen verkrijgen. Feitelijk wordt hiermee het juridische begrip borgstelling bedoeld. In dit document worden de begrippen borgstelling en garantstelling dan ook als synoniemen gebruikt. Zoals in artikel 2 van de Wet financiering decentrale overheden is aangegeven worden garanties uitsluitend verleend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Aan het begrip ‘publieke taak’ wordt in de wet geen nadere invulling gegeven. Zonder een vastomlijnde definitie te willen geven kan in het algemeen worden gesteld dat de overheid iets tot haar publieke taak kan/mag rekenen, wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in de voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is. De gemeenteraad bepaalt echter uiteindelijk wat onder publieke taak in de gemeente Halderberge wordt verstaan. Het verstrekken van garanties op zich is geen onderdeel van de publieke taak van de gemeente. Het kan wel zo zijn dat het verstrekken van een garantie de publieke taak dient. Anders gezegd, het doel waarvoor een garantstelling wordt verleend moet passen binnen de regelgeving en het gemeentelijke beleid uit hoofde van de publieke taak. Het doel van een garantie is om financiële waarborgen te verstrekken aan kredietverschaffers zodat instellingen en organisaties tegen zo aantrekkelijk mogelijke condities geldleningen kunnen afsluiten bij die kredietverschaffers. Het aangaan van een lening onder gemeentegarantie is veelal bestemd voor het doen van investeringen bij het bouwen van nieuwe accommodaties of het aan- cq verbouwen van bestaande accommodaties. In enkele gevallen is een lening bedoeld voor de aanschaf van roerende goederen. In het verleden hebben diverse organisaties de gemeente gevraagd om borg te staan voor geldleningen. Dit betrof met name instellingen en organisaties op het gebied van sport, bibliotheekwerk, scholengemeenschappen, nutsbedrijven, oudheidkunde/musea, kinderopvang, en woningbouw en –exploitatie. De bevoegdheid tot het verstrekken van borgstellingen en garanties ligt bij het college van burgermeester en wethouders. Een borgstelling is namelijk een privaatrechtelijke handeling waartoe het college op grond van artikel 160 lid 1 Gemeentewet bevoegd is. Artikel 169 lid 4 vult dit verder aan met de bepaling dat de raad vooraf ingelicht moet worden als de beslissing ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In artikel 7 van de Financiële verordening heeft de gemeenteraad het volgende bepaald: Het college besluit niet over: de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan 100.000 euro, voor zover deze niet zijn opgenomen In de door de raad vastgestelde begroting; het verstrekken van geldleningen groter dan 50.000 euro, anders dan uit hoofde van de treasury functie; en het verstrekken van waarborgen en garanties, groter dan 50.000 euro, het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Een aparte positie wordt ingenomen door achtervangovereenkomsten. Hierbij draagt de gemeente bij aan de financiële zekerheid door in voorkomende gevallen renteloze leningen te verstrekken aan het borgstellingsinstituut (een waarborgfonds). Het is dus geen directe vorm van borgstelling maar een indirecte vorm. Zie voor een verdere toelichting het Waarborgfonds Eigen Woningen en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw in bijlage 3. Het aangaan of beëindigen van een overkoepelende achtervangovereenkomst is een beslissing die ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit geval geldt de bepaling dat het college een voorstel aan de gemeenteraad aanbiedt en dat de raad het besluit neemt. Indien gewenst kan het college nadere voorwaarden stellen bij een verzoek om een achtervangpositie in te nemen. De gemeente Halderberge is een relatief kleine gemeente en moet bedacht zijn op het lopen van financiële risico’s. Daarom wordt zeer terughoudend omgegaan met verzoeken om gemeentegaranties of borgstellingen te verstrekken. Dat wil niet zeggen dat er geen garant- of borgstellingen worden verleend, maar wel dat een organisatie eerst moet onderzoeken welke andere mogelijkheden er zijn om toegang te krijgen tot de financiële markten. Voor diverse sectoren bestaan waarborgfondsen waar een beroep op gedaan kan worden. Deze waarborgfondsen zijn speciaal opgericht met het doel om organisaties of instellingen financiële garanties te verlenen zodat ze hun doelstellingen kunnen realiseren. Vanzelfsprekend stellen de waarborgfondsen voorwaarden waaraan organisaties moeten voldoen om deel te kunnen nemen of om een lening geborgd te krijgen. Binnen de waarborgfondsen is veel expertise aanwezig om een aanvraag te kunnen beoordelen. Bij het beoordelen van een verzoek tot borgstelling kan dan ook gebruik worden gemaakt van de conclusies van het waarborgfonds. De belangrijkste waarborgfondsen zijn genoemd in bijlage 3. De rol van de gemeente bij de diverse waarborgfondsen is verschillend. Bij enkele waarborgfondsen is de rol van de gemeente nihil (Waarborgfonds Kinderopvang en Waarborgfonds voor de Zorgsector), bij andere waarborgfondsen is de rol beperkt tot een passieve achtervangpositie, terwijl met name bij het Waarborgfonds Sport een actieve rol wordt gevraagd. Het borgen van leningen brengt risico’s voor de gemeente met zich mee. Het is daarom erg belangrijk dat gebruik wordt gemaakt van de juiste expertise om te kunnen beoordelen of een verzoek tot borging van een lening acceptabel is. Bij de gemeente is die expertise slechts in beperkte mate aanwezig. De waarborgfondsen hebben deze expertise wel. Indien een borgstelling door een waarborgfonds alleen wordt verleend in samenhang met een borgstelling door de gemeente (met name bij het Waarborgfonds Sport) kan gebruik gemaakt worden van de conclusies van het waarborgfonds. Het beleid van de gemeente Halderberge gaat ervan uit dat organisaties en instellingen zich richten tot een waarborgfonds voor het borgen van leningen. Als het waarborgfonds als eis stelt dat de gemeente mede borg staat (met name bij het Waarborgfonds Sport) of een achtervangpositie inneemt, dient dit in een apart voorstel aan het college te worden voorgelegd. Hierbij dienen vanzelfsprekend de bepalingen uit de Financiële verordening en dit Treasurystatuut in acht te worden genomen. Zoals reeds eerder is toegelicht stelt de gemeente Halderberge zich terughoudend op ten aanzien van borgstellingen. Deze opstelling komt voort uit de volgende belangrijke overwegingen: borgstelling op zich is geen publieke taak; borgstellingen brengen risico’s voor de gemeente met zich mee; er zijn andere partijen waartoe een organisatie of instelling zich kan richten; en bij de gemeente is geen specifieke expertise aanwezig om een verzoek tot borgstelling goed te kunnen beoordelen. Ondanks het terughoudende beleid van de gemeente kan een organisatie toch een verzoek indienen bij de gemeente voor een garant- of borgstelling. Indien dit het geval is, zijn er een aantal voorwaarden waaraan de organisatie en het verzoek moeten voldoen. Deze zijn opgenomen in bijlage 4 van dit Treasurystatuut. Bij het beleid inzake borgstellingen zal de gemeente naast het belang voor de aanvragende organisatie steeds bedacht zijn op het eigen belang van de gemeente. Borgstellingen zijn een instrument om gemeentelijke doelstellingen te realiseren en niet bedoeld als instrument om alleen lagere financieringslasten voor instellingen en bedrijven te realiseren. De treasuryfunctie is geen gemeentelijke kredietbank! Verzoeken voor borgstelling worden in ieder geval afgewezen: als de borgstelling via een waarborgfonds kan lopen; als louter sprake is van rentabiliteitsafwegingen (goedkoper lenen en risico afschuiven op gemeente); als de aanvrager over alternatieven beschikt om in de financiering te kunnen voorzien, bijvoorbeeld het eigen vermogen; als de omvang van de lening dusdanig hoog is dat de hieraan verbonden risico’s in alle redelijkheid voor de gemeente niet meer verantwoord zijn. Naast de voorwaarden aan het verzoek en de geldnemer, moet ook de geldgever aan enkele voorwaarden voldoen. De geldnemer zal deze vooraf goed moeten bespreken met de geldgever. De voorwaarden zijn opgenomen in bijlage 4. Zodra een verzoek tot borgstelling bij het college wordt ingediend, zal de betreffende beleidsafdeling het verzoek in eerste instantie beoordelen. Hierbij zal met name aandacht worden besteed aan de voorwaarden zoals die hierboven gesteld zijn. Voor de financiële beoordeling en de beoordeling of het verzoek past binnen de kaders van dit treasurystatuut zal een beroep worden gedaan op de treasurer van de gemeente. Hij zal een advies opstellen ten behoeve van de beleidsafdeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel