Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet financiering decentrale overheden is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. In de wet worden een tweetal instrumenten genoemd die, naast het feit dat ze verplicht opgenomen dienen te worden in de paragraaf Financiering van de programmabegroting en het jaarverslag, daarbij kunnen helpen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
De kasgeldlimiet stelt een grens aan de financiering op korte termijn. Het doel van kasgeldlimiet is het renterisico op korte financiering te beperken. Fluctuaties in de korte rente hebben nl. een relatief grote invloed op de rentelasten.
De kasgeldlimiet heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (korte financiering). De limiet wordt berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden vastgesteld percentage (met momenteel een minimumbedrag van € 300.000,-). De gemiddelde omvang van de netto vlottende schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. Indien in drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient de toezichthouder (in casu de provincie Noord Brabant) daarvan op de hoogte te worden gesteld.
Deze melding dient vergezeld te gaan van de kwartaalrapportage en een plan om de overschrijding van de kasgeldlimiet teniet te doen. De provincie dient de rapportage én het plan goed te keuren. Zolang deze goedkeuring niet is verleend dan wel het plan niet ten uitvoer is gelegd, kan de provincie aanwijzingen geven om alsnog een aangepast plan in te zenden en om maatregelen te treffen om aan de kasgeldlimiet te voldoen. Andere maatregelen die de provincie kan overwegen zijn het eisen van voorafgaande toestemming voor het afsluiten van kortlopende geldleningen (leningen met een rentetypische looptijd < 1 jaar) of het beperken van de schuld in rekening courant. Het toezicht door de provincie vervalt, zodra het hierboven bedoelde plan naar het oordeel van de provincie voldoende ten uitvoer wordt gelegd.
Als er sprake is van een uitzonderlijke situatie kan de gemeente bij de toezichthouder ontheffing van de kasgeldlimiet aanvragen. Deze aanvragen moeten wel grondig onderbouwd zijn. De duur van ontheffingverlening bedraagt maximaal twee kwartalen.
De renterisiconorm stelt een grens aan de financiering op lange termijn. Het doel van deze norm is het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen te beperken.
Door te zorgen voor een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille, dat wil zeggen een zodanige opbouw van de leningenportefeuille zodat in enig jaar niet een onevenredig deel van de leningenportefeuille geherfinancierd moet worden, spreidt (lees: beperkt) de gemeente het renterisico op de vaste schuld over de jaren. Een verandering van de rente werkt dan vertraagd door op de rentelasten en -baten in enig jaar.
De renterisiconorm heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van 1 jaar of langer (lange financiering). De renterisiconorm wordt berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden vastgesteld percentage. In de uitvoeringsregeling is tevens een absoluut minimum voor de renterisiconorm genoemd (momenteel € 2.500.000,- maar dat kan wijzigen). Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. De rapportage naar de toezichthouder vindt achteraf plaats via de paragraaf Financiering in het jaarverslag.
De inrichting van het toezicht op de renterisiconorm is qua systematiek identiek aan die voor de kasgeldlimiet, met dien verstande dat een eventuele voorafgaande toestemming door de provincie dan geldt voor langlopende geldleningen (leningen met een rentetypische looptijd > 1 jaar).