Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning verstrekt de aanvrager
in ieder geval de volgende informatie en de volgende gegevens en
bescheiden:
de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil
betrekken;
het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op
heeft;
voor zover dat niet uit de in het tweede lid bedoelde
legitimatiebewijzen blijkt: bewijsstukken waaruit blijkt dat
het huishouden voldoet aan de in artikel 2.1.2. opgenomen
eisen;
stukken waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat het
huishouden van de aanvrager na verlening van de aangevraagde
huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in
gebruik kan nemen.
De aanvrager kan verzocht worden om diens legitimatiebewijs en dat
van de leden van diens huishouden te tonen.
Op een aanvraag om huisvestingsvergunning wordt binnen zeven dagen
na de dag van ontvangst daarvan beslist.
De in het vorige lid bedoelde termijn kan éénmaal met ten hoogste
zeven dagen verlengd worden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.3.
De aanvraag om een huisvestingsvergunning
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015