Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van
in gebruik geven van woonruimte, welke niet in of op grond van deze
verordening is geregeld maar wel in een op grond van de
Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening geregeld zou kunnen
worden.
De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het
eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige,
evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte.
Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar, doch kan niet
langer duren dan het moment waarop deze verordening ingevolge
artikel 3.5, twee lid, vervalt.
Een experiment wordt georganiseerd door één of meer corporaties in
samenwerking met één of meer gemeenten. Zij sluiten daartoe een
experimentenovereenkomst, welke tenminste het volgende bevat:
een beschrijving van het doel en de inhoud van het
experiment; en,
het toepassingsbereik van het experiment; en,
de tijdsduur van het experiment; en,
de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de
duur van het experiment; en,
de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd
wordt.
Een experiment begint pas nadat het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente waar het experiment plaats zal vinden na
afstemming met de overige gemeenten van de subregio de
experimentenovereenkomst is aangegaan. Bij zijn beslissing tot goed-
dan wel afkeuring van de experimentenovereenkomst neemt het college
van burgemeester en wethouders de belangen van een evenwichtige,
rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte
in acht.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.
Artikel 2.4.1.
Experimenten
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015