Deze verordening wordt uiterlijk drie jaar na haar inwerkingtreding
geëvalueerd door de colleges van burgemeester en wethouders van de
regiogemeenten, in overleg met regio actieve corporaties .
Het evaluatieverslag wordt op schrift gesteld en bevat in ieder
geval een onderbouwd oordeel over de doelmatigheid van de
verordening.
Het evaluatieverslag bevat vervolgens een onderbouwd oordeel over de
doelmatigheid van de op grond van deze verordening toegepaste
woonruimtebemiddelingsmodellen.
Het evaluatieverslag wordt toegezonden aan het college van
gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en gepubliceerd op
de website van de regiogemeenten en de website van de Maaskoepel
.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.
Evaluatie van de verordening
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015