In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
aanbodinstrument: het aanbodinstrument bedoeld in artikel
2.2.2;
bemiddelingsmodel: het bemiddelingsmodel bedoeld in artikel
2.2.4;
corporatie: de instelling als bedoeld in artikel 70 van de
Woningwet, voor zover deze instelling actief is in één of meer
van de gemeenten waar deze verordening van kracht is;
dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de stadsregio
Rotterdam;
directe aanbieding: directe aanbieding bedoeld in artikel
2.2.3;
economische binding: economische binding als bedoeld in artikel
14 lid 3 van de wet;
gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke
overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
vormt;
gelabelde woonruimte: woonruimte behorende tot een categorie
genoemd in kolom 1 van de in artikel 2.3.9. lid 2 opgenomen
tabel;
herhuisvestingsverklaring: urgentieverklaring, verleend wegens
de toepasselijkheid van de in artikel 5.8 van Bijlage I bij deze
verordening genoemde urgentiegrond;
huishouden:
alleenstaande; of,
samenwonenden, zijnde twee personen die hoofdverblijf
hebben in dezelfde woning en blijk geven zorg te dragen
voor elkaar, dan wel personen die dit willen gaan doen;
of,
de alleenstaande of samenwonenden en de kinderen van de
alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden,
voor zover die kinderen hoofdverblijf hebben in de
woning van de alleenstaande of samenwonenden en de
leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt;
de alleenstaande of samenwonenden en het kind van de
alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden,
voor zover het kind hoofdverblijf heeft in de woning van
de alleenstaande of samenwonenden, de leeftijd van 27
jaar heeft bereikt en er tussen het kind en de
alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden een
zorgrelatie bestaat die tot gevolg heeft dat de
zorgontvanger zonder de uit hoofde van die relatie
ontvangen zorg redelijkerwijs niet in zijn of haar
huidige woonsituatie kan blijven wonen;
huurprijsgrens: de huurprijsgrens als bedoeld in artikel 5 van
de Wet op de huurtoeslag;
indicatie: een door een onafhankelijke, ter zake deskundig
persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke
fysieke of andere beperkingen van een woningzoekende blijken en
waarin is of op basis waarvan kan worden bepaald hoe de
huisvesting van de woningzoekende daarop dient te worden
afgestemd;
inkomensgrens: het in artikel 4 lid 1 van de Tijdelijke regeling
diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen
volkshuisvesting genoemde maximale huishoudinkomen of, als
Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting
(kamerstuk dossiernummer 32769) in werking is getreden: de
inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de
Woningwet;
maatschappelijke binding: maatschappelijke binding als bedoeld
in artikel 14 lid 3 van de wet;
referentiewoning: een representatief voorbeeld van de te huur
aan te bieden zelfstandige woonruimte;
regio: de woningmarktregio;
regiogemeenten: de gemeenten die deel uitmaken van de
woningmarktregio;
schaarse woonruimte: woonruimte die naar het oordeel van de
gemeenteraad in de betreffende gemeente, na afstemming met de in
zijn gemeente werkzame corporaties, schaars is;
studentenwoning: zelfstandige woonruimte die door de verhuurder
bestemd is voor de verhuur aan studenten in de zin van de Wet
studiefinanciering 2000 of aan personen die onderwijs ingevolge
de Wet educatie en beroepsonderwijs volgen;
uitverhuisperiode: de periode gelegen tussen het moment waarop
de herhuisvestingsverklaring is afgegeven en het moment waarop
de bewoning van de woonruimte gestaakt moet zijn in verband met
de ingreep;
urgentieverklaring: de urgentieverklaring als bedoeld in artikel
2.1 van Bijlage I zijnde de beschikking waarmee de indeling van
woningzoekenden in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel
12 lid 2 van de wet plaatsvindt;
voorrangscategorie: een categorie woningzoekende die op grond
van het bepaalde in artikel 2.3.9 of artikel 2.3.10 met voorrang
in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning;
wet: de Huisvestingswet 2014;
woning: zelfstandige woonruimte;
woningmarktregio: de woningmarktregio die gevormd wordt door de
gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den
IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland,
Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam,
Vlaardingen en Westvoorne.
woningruil: een overeenkomst tussen twee huishoudens, gesloten
met instemming van de corporatie of corporaties van wie zij
woonruimte huren, op grond waarvan zij de door hen bewoonde
woonruimte ruilen;
woningzoekende: een huishouden dat op zoek is naar
woonruimte;
woongroep: het bewonen van een zelfstandige woonruimte door een
groep huurders (inclusief hun kinderen), die geen
gemeenschappelijke huishouding voeren, geen onderlinge
huurrelatie hebben, maar wel op basis van eigen initiatief
kiezen om samen te wonen ;
woonplaats: woonplaats als bedoeld in de artikelen 10, eerste
lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of
meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door
een huishouden;
zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen, afsluitbare,
toegang welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat
dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke
voorzieningen zoals badkamer, toilet en keuken buiten de
woonruimte.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1.
Definities
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015