De corporatie kan in de volgende omstandigheden woonruimte te huur
aanbieden via een directe aanbieding aan een woningzoekende:
de woningzoekende is een houder van een urgentie- of
herhuisvestingsverklaring;
de woningzoekende heeft een uitdrukkelijke woonwens die
aansluit bij een bijzondere vorm van bewoning van de
aangeboden woonruimte zoals het geval is bij atelierwoningen
en woongroepen;
de woningzoekende heeft als gevolg van specifieke
persoonlijke omstandigheden welke hem of haar onderscheiden
van het overgrote deel van de woningzoekenden, een zeer
geringe kans om zelfstandig binnen een redelijke termijn
woonruimte te vinden;
het is, gelet op specifieke persoonlijke omstandigheden van
de woningzoekende, noodzakelijk om hem of haar niet zelf
woonruimte te laten vinden;
het is, gelet op het belang van het bevorderen van
doorstroming, wenselijk om een woningzoekende een zeer
specifiek aanbod aan woonruimte te kunnen doen.
de woningzoekende beschikt als gevolg van een acute en
onvoorziene omstandigheid niet meer over zelfstandige
woonruimte en zou in verband daarmee in aanmerking komen
voor een urgentieverklaring, maar het is om humanitaire
redenen onwenselijk om te wachten totdat hij of zij met die
urgentieverklaring woonruimte zou vinden;
de woningzoekende moet als gevolg van een uitspraak van een
burgerlijke rechter of het advies van een klachtencommissie
over een geschil inzake woonruimtebemiddeling, door een
corporatie gehuisvest worden;
de woningzoekende wil in het kader van woningruil woonruimte
betrekken.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.
Artikel 2.2.3.
Directe aanbieding.
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015