Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.

Artikel 2.3.3.

De aanvraag om een huisvestingsvergunning

Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015

Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende informatie en de volgende gegevens en bescheiden: de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken; het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; voor zover dat niet uit de in het tweede lid bedoelde legitimatiebewijzen blijkt: bewijsstukken waaruit blijkt dat het huishouden voldoet aan de in artikel 2.1.2. opgenomen eisen; stukken waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat het huishouden van de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen. De aanvrager kan verzocht worden om diens legitimatiebewijs en dat van de leden van diens huishouden te tonen. Op een aanvraag om huisvestingsvergunning wordt binnen zeven dagen na de dag van ontvangst daarvan beslist. De in het vorige lid bedoelde termijn kan éénmaal met ten hoogste zeven dagen verlengd worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel