De huisvestingsvergunning wordt geweigerd indien:
het huishouden van de aanvrager niet aan de in
artikel 2.1.2 genoemde eisen voldoet;
de aanvrager niet op het grond van het bepaalde in
het tweede en derde lid voor de
huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of,
het niet aannemelijk is dat het huishouden van de
aanvrager na verlening van de aangevraagde
huisvestingsvergunning de woonruimte ook
daadwerkelijk in gebruik kan nemen.
Indien woonruimte te huur wordt aangeboden via een openbaar
aanbod, wordt de volgorde waarin aanvragers in aanmerking
komen voor een huisvestingsvergunning bepaald overeenkomstig
het bepaalde in de artikelen 2.3.6. tot en met 2.3.10.
Indien woonruimte te huur wordt aangeboden via directe
aanbieding, wordt met inachtneming van het bepaalde in de
artikelen 2.3.8. tot en met 2.3.10. bepaald aan welke
aanvrager de huisvestingsvergunning verleend wordt.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.5.
Beoordeling van de aanvraag om huisvestingsvergunning
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015