Als eerste komt voor de verlening van de
huisvestingsvergunning in aanmerking de woningzoekende
behorend tot groep 1, die in het bezit is van de urgentie-
of herhuisvestingsverklaring die als eerste is verlopen of
verloopt.
Vervolgens komt voor de verlening van de
huisvestingsvergunning in aanmerking de woningzoekende
die:
behoort tot groep 2 en
op basis van het door de corporatie toegepaste
bemiddelingsmodel als eerste voor de huur van de
woonruimte in aanmerking komt.
Vervolgens komt voor de verlening van de
huisvestingsvergunning in aanmerking de woningzoekende
die:
behoort tot groep 3 en
op basis van het door de corporatie toegepaste
bemiddelingsmodel als eerste voor de huur van de
woonruimte in aanmerking komt.
Voor wat betreft de toepassing van het eerste lid wordt de
urgentieverklaring, verleend vanwege de toepasselijkheid van
een urgentiegrond opgenomen in artikel 5.1 tot en met 5.7
van deze Bijlage, geacht te zijn verlopen op het moment dat
de eerste fase van de urgentie als bedoeld in artikel 4.2,
eerste fase, van Bijlage I eindigt.
Voor wat betreft de toepassing van het eerste lid wordt
herhuisvestingsverklaring geacht te verlopen op het moment
dat de eerste fase van de urgentie als bedoeld in artikel
6.3, eerste lid, van Bijlage I eindigt.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.7.
Rangorde en het regionaal aanbodinstrument
Onderdeel van Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015