In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • - De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd.
  • - De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
    • - De uitvoering van de treasuryfunctie conform de gestelde regels plaatsvindt;
    • - de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
    • - de treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
    • - de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn;
  • - Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
    • - iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
    • - de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
    • - de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
  • - Tegenpartijen wordt gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
  • - De transacties worden geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten, controle vindt plaats aan de hand van de onder lid 5 genoemde bevestigingen.