In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd.
De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
De uitvoering van de treasuryfunctie conform de gestelde regels plaatsvindt;
de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
de treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
Tegenpartijen wordt gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
De transacties worden geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten, controle vindt plaats aan de hand van de onder lid 5 genoemde bevestigingen.
Hoofdstuk 6.
Artikel 15.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasurystatuut MGR Rijk van Nijmegen 2015