**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Wet investeren in jongeren;
norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet op de jongere van toepassing zijnde norm als bedoeld in de artikelen 26, 27 en 28 van de wet;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 28, eerste lid, aanhef, sub d. respectievelijk artikel 28, tweede lid, aanhef, sub d. van de wet;
belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit op grond van deze verordening is betrokken;
schoolverlater: de belanghebbende als bedoeld in artikel 33 van de wet;
verzorgingsbehoevende: degene die geïndiceerd is voor opname in een verzorgings- of verpleeghuis of zodanige medische beperkingen ondervindt, dat hij zonder hulp of verzorging zou zijn aangewezen op opname in een verzorgings- of verpleeghuis of opname in een andere inrichting ter verzorging of verpleging;
verzorgende: medebewoner, die een verzorgingsbehoevende verzorgt, met wie een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat;
medebewoner: degene die, evenals de huurder of de eigenaar van een woning, in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft;
iwoning: een woning als bedoeld in artikel 1, aanhef, sub j. van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Wet werk en bijstand;
woonlasten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning als bedoeld in artikel 1, aanhef, sub d. van de Wet op de huurtoeslag;
indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten wordt verstaan het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland
**2..** De algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen slechts dan geacht worden te worden gedeeld met een medebewoner, indien deze tenminste beschikt over een inkomen, dat gelijk is aan de vergoeding van levensonderhoud voor een studerende thuiswonende op grond van de Wet studiefinanciering 2000, vermeerderd met 10% van de gehuwdennorm.
**3..** De toepassing van de hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening vindt plaats onverminderd het bepaalde in artikel 41 van de wet.
**4..** De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet, de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Toeslagenverordening WIJ gemeente Dinkelland 2009