Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand:
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarige kind niet of niet behoorlijk nakomt;
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;
op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien;
op de nalatenschap van de persoon indien:
aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend indien sprake is van een situatie als beschreven in de Beleidsregels terugvordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 onder artikel 6 “Ten onrechte verleende bijstand” en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;
bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht.