Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

woonplaatsbeginsel ouders

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Neder-Betuwe 2015

De verordening geeft aan dat de aanvraag moet worden ingediend bij de gemeente waar de leerling feitelijk verblijft. In gevallen van crisisopvang kan leerlingenvervoer worden aangevraagd indien de leerling: Reeds van het leerlingenvervoer gebruik maakt in de voorgaande woongemeente én; Een korte periode (maximaal drie maanden) verblijft in de gemeente Neder-Betuwe en; De inzet van hulp na die periode bekend is (bijvoorbeeld crisisopvang wordt omgezet naar structurele opvang) en; Vanuit de gemeente Neder-Betuwe de dichtstbijzijnde toegankelijke school bezoekt. In alle gevallen geldt dat de eerste zes weken (bijv. crisisopvang) de kosten van het leerlingenvervoer niet voor rekening van de gemeente Neder-Betuwe komen. Volgens een landelijke afspraak worden deze kosten over het algemeen betaald door de gemeente waar de ouders/verzorgers reeds een beschikking leerlingenvervoer hadden.

Rechtspraak bij dit artikel