De Dorpsbouwmeester stelt jaarlijks een verslag op van zijn of haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:
op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstota;
de werkwijze van de Dorpsbouwmeester;
de aard van de beoordeelde plannen;
de bijzondere projecten.
De Dorpsbouwmeester kan in het jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.