Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 15.

Begripsbepalingen.

Onderdeel van Subsidieverordening restauratie en onderhoud van monumenten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: onderhoud: sober en doelmatig uit te voeren periodieke werkzaamheden, die er op gericht zijn de bouwkundige staat van een monument in stand te houden of toekomstig groot onderhoud of restauratie te voorkomen of uit te stellen; onderhoudswerkzaamheden: als onderhoudswerkzaamheden worden aangemerkt: voorzieningen aan: daken: het vernieuwen van pannen of herstellen van riet of leiwerk; het repareren en vernieuwen van koper, zink en lood; het onderhoud van brand- en bliksembeveiliging; windveren; schoorstenen; goten en hemelwaterafvoeren: het opheffen van verstoppingen; reparaties en schoonmaak; werkzaamheden welke de waterhuishouding rondom het monument bevorderen; gevels: voegwerk; reparatie natuursteen, beton en baksteen; pleisterwerk; reparatie houtwerk inclusief luiken; monumentale beglazing; buitenschilderwerk; historische annexen: ornamenten aan gevels, erkers, balkons, goten en dergelijke; hekwerken, stoepen, kelderluiken; schilderwerk behorend bij de in dit artikel bedoelde annexen; kerkorgels die zijn opgenomen in het Monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 of voorkomend op de gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in de "Monumentenverordening 1996": werkzaamheden gericht op het verhelpen van storingen en het bijregelen van het mechaniek; incidentele werkzaamheden aan het pijpwerk; abonnement op jaarlijkse stembeurt.

Rechtspraak bij dit artikel