**1..** Het college verleent geen subsidie indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;
voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 5 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;
voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning als bedoeld in de "Monumentenverordening 1996" is vereist en deze niet is verleend, en
door toekenning van de subsidie het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2 zou worden overschreden.
**2..** In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder d.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE
Artikel 6.
Weigeringsgronden.
Onderdeel van Subsidieverordening restauratie en onderhoud van monumenten