1.Geen recht op bijstand heeft een jongere die een aanvraag voor bijstand indient bij het collegeop grond van de Participatiewet, indien de jongere geacht wordt rijksgefinancierd onderwijs te kunnen volgen en aanspraak kan maken op WSF of WTOS (al dan niet als lening).
2. Een jongere als bedoelt in lid 1 wordt geacht rijksgefinancierd onderwijs te kunnen volgen, indien hij valt in een van de volgende categorieën:
de jongere heeft geen startkwalificatie;
de jongere heeft een startkwalificatie, doch zonder afgeronde MBO3, HBO- of Universitaire opleiding;
de jongere heeft geen startkwalificatie, maar is volgens het advies van LLZ wel leerbaar enschoolbaar, en kan van ten minste één rijksgefinancierde onderwijsinstelling een passend onderwijsaanbod krijgen.
§ 2
Artikel 2:1
Geen recht op bijstand
Onderdeel van BELEIDSREGEL SCHOLING ALS VOORLIGGENDE VOORZIENING VOOR BIJSTAND