1. Nadat de jongere zich heeft gemeld voor een bijstandsuitkering, beoordeelt het college of de jongere voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 2:1 onder lid 1, lid 2a en lid 2b.
2. Indien de jongere voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in deze beleidsregel en niet valt onderartikel 2:2 lid 2, beoordeelt het college bij jongeren zonder startkwalificatie of aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 2:1 lid 2 onder c. is voldaan.
3. Ter beoordeling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 2:1 lid 2 onder c vraagt het college een advies van LLZ.
4. Om voor een bijstandsuitkering in aanmerking te komen dient de jongere medewerking te verlenen aan het tot stand komen van het advies van LLZ.
5. Indien de jongere, ook na een tweede verzoek van het college, niet of onvoldoende meewerkt aan het tot stand komen van het advies van LLZ en/of het door het college laten beoordelen van het advies van LLZ, wordt de jongere geacht te voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 2:1 lid 2 onder c en wordt het verzoek om een bijstandsuitkering afgewezen.
§ 2
Artikel 2:4
Besluitvorming
Onderdeel van BELEIDSREGEL SCHOLING ALS VOORLIGGENDE VOORZIENING VOOR BIJSTAND