Uitwerkingartikelen12en18vandeVerordening.
Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer worden ontzegd indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt. Hierbij worden de volgende stappen ondernomen:
Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost.
De vervoerder zal de ouders/verzorgers met een brief op de hoogte stellen. Een kopie van de brief gaat naar de gemeente.
Bij een volgende klacht wordt stap 1 herhaald en volgt een 2e waarschuwingsbrief.Hierbij worden de ouders/verzorgers op de hoogte worden gesteld en wordt hen de gelegenheid geboden hun kind te (laten) begeleiden.Na de melding van de klacht door de vervoerder bij de gemeente wordt eenonderzoek opgestart. Tevens wordt door de gemeente onderzocht of de leerling in deze fase voor een bepaalde tijd geen gebruik mag maken van het aangepastvervoer. In het kader van dat onderzoek spreekt de gemeente met vervoerder, chauffeur ouders/verzorgers en/of school. Het college zorgt in deze fase voor een extra zitplaats in de taxi om begeleiding van de leerling mogelijk te maken.
Als er een begeleider meegaat, anders dan de ouder of verzorger en hier kosten aanzijn verbonden, zijn de kosten voor de ouder/verzorger.
Artikel 17
Onaangepast gedrag in het aangepast vervoer
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Deventer 2015