Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontslag en non-actief

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015

1.. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief. 2.. Het lidmaatschap eindigt: na de benoemingsperiode, totdat in de opvolging is voorzien; op eigen verzoek, totdat in de opvolging is voorzien; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 3.. De raad kan een lid tijdelijk op non-actief stellen: als tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld; als er een ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en of omstandigheden die tot ontslag leiden, zoals genoemd in het tweede lid, onder d. 4.. De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen: wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend of langdurig ongeschikt zijn hun functie te vervullen; wanneer het lidmaatschap naar het oordeel van de raad schade toebrengt aan het (publieke) vertrouwen in de commissie. 5.. De leden zijn ontslagen als de raad besluit tot intrekking van de verordening, omdat hij, na verdere overwegingen, in overleg met één of meerdere raden in de regio besluit tot een gezamenlijke invulling van de rekenkamer(functie).

Rechtspraak bij dit artikel