**1..** Ieder raadslid meldt jaarlijks op een door de Commissie toetsing verenigbaarheid van functies te bepalen moment alle door hem vervulde betaalde en onbetaalde nevenfuncties. Dit overzicht wordt door de griffie openbaar gemaakt. Ook tussentijds verworven nevenfuncties dienen onverwijld aan de commissie te worden gemeld en worden vervolgens eveneens door de griffie openbaar gemaakt.
**2..** Indien sprake is van een persoonlijk belang - direct of indirect - als bedoeld onder II., licht het raadslid daaromtrent onverwijld zijn fractievoorzitter of het presidium in en neemt geen deel aan de beraadslaging en besluitvorming ter zake. Ingeval van twijfel over de vraag of het is toegestaan een geschenk als bedoeld onder VII. te aanvaarden, raadpleegt het raadslid zijn fractievoorzitter of het presidium.
**3..** Op voorstel van de burgemeester maakt de raad in ieder geval afspraken over:
de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder;
de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;
de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.
**4..** Eens in de vier jaar, bij voorkeur kort voor de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen, wordt deze gedragscode door de raad geëvalueerd.
Toelichting:
De Commissie toetsing verenigbaarheid van functies heeft op grond van artikel 2 van de verordening tot taak onderzoek te doen naar de opgaven van de raadsleden van hun nevenfuncties en van datgene wat anderszins als een relevant persoonlijk belang kan worden aangemerkt. De commissie brengt een openbaar advies uit over de verenigbaarheid van deze functies en/of belangen en doet aanbevelingen over de vraag of het woordvoerderschap c.q. lidmaatschap van enige raadscommissie gepast is, gezien de betreffende functies of belangen.
De gedragscode bevat een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren, in aanvulling op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers. De burgemeester krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille integriteit duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen moet worden gedacht aan het optreden bij incidenten. Een belangrijk onderdeel is de preventie: ervoor zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de raad een plek krijgt en daarbij afspraken worden gemaakt over een regelmatige bespreking van het thema. De onderwerpen genoemd in lid 3 zijn niet uitputtend. Denkbaar is dat de raad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd wanneer een incident of een vermoeden van een integriteitsschendig zich voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld moet worden.