**1..** Een persoon die geen recht heeft op een uitkering of een persoon met een uitkering in het kader van de Anw, heeft recht op ondersteuning indien het inkomen van deze persoon niet boven 110% WML is.
**2..** Indien sprake is van gehuwden wordt naar het gezamenlijk inkomen gekeken.
**3..** De duur van de dienstverlening aan een persoon die geen recht heeft op een uitkering en een Anw-er bedraagt maximaal vier weken.
**4..** Geen recht op een voorziening of ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het DB in voldoende mate bijdraagt aan de participatie van die persoon.
**5..** Het DB kan, om een betere afweging te kunnen maken omtrent de voorziening die het meest geschikt is, een niet uitkeringsgerechtigde persoon en een Anw-er, verplichten mee te werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van die persoon op de arbeidsmarkt.
**6..** Indien een niet uitkeringsgerechtigde persoon, die gebruik maakt van een voorziening, verwijtbaar niet voldoet aan de voor hem geldende afspraken, kan het DB de gemaakte kosten van het traject of de voorziening terugvorderen.
**7..** Indien een persoon geen recht heeft op een uitkering, jonger is dan 27 jaar en geregistreerd staat in het doelgroepenregister, is het derde lid van dit artikel niet van toepassing. Die persoon kan aanspraak maken op de voorzieningen zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van deze verordening.
**8..** Het DB kan ondersteuning bij een leer-werktraject aanbieden aan personen die:
16 of 17 jaar zijn en van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, zoals bedoeld in de Leerplichtwet, nog niet geëindigd is, of;
18 tot 27 jaar zijn en die nog geen startkwalificatie behaald hebben.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Ondersteuning aan niet uitkeringsgerechtigden
Onderdeel van Participatieverordening WIL