De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
afgewezen indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen
andere belangrijke reden aanwezig was;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
extra trapleuningen;
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat
deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
een onverwacht optredende noodzaak of;
de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is
vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele
jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een
AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het
verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen
problemen met het normale gebruik van de woning zijn
ondervonden;
de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger
niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
materialen;
de beperkingen niet in de woning zelf worden ondervonden,
waartoe ook de toegankelijkheid van de woning moet worden
begrepen
er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de
ondervonden beperkingen en een of meer bouwkundige of
woontechnische kenmerken van de door de persoon met beperkingen
bewoonde woning;
de kosten van de voorziening gelijk zijn aan of meer bedragen
dan € 47.118,-, tenzij weigering van die voorziening gelet op
het belang dat de wet beoogt te beschermen zou leiden tot
onbillijkheden van overwegende aard.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.10
Beperkingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wierden 2008