**1..** Een lid van de rekenkamercommissie wordt door de raad
ontslagen:
op eigen verzoek;
bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
het lidmaatschap;
indien hij/zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
indien hij/zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
indien hij/zij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
**2..** Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
ontslagen:
indien hij/zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt
is zijn functie te vervullen;
indien hij/zij handelt in strijd met artikel 81h van de
wet.
**3..** De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit
indien:
hij/zij zich in voorlopige hechtenis bevindt;
hij/zij bij een nog niet onherroepelijk geworden
rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan
wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
hij/zij onder curatele is gesteld, in staat van
faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft
verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog
niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.
**4..** De raad kan een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit
stellen, indien tegen hem/haar een gerechtelijk onderzoek ter zake
van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig
vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot
ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid,
onder a, en zevende lid, onder a van de wet, zouden kunnen
leiden.
**5..** De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel
is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het
tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden.
In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie
maanden verlengen.
Paragraaf 2
Artikel 6
Ontslag, non-activiteit en verboden handelingen
Onderdeel van Verordening Rekenkamercommissie 2015 gemeente Krimpenerwaard