Naar hoofdinhoud

6.1.19

Artikel 9 Subsidie criteria

Artikel 9 Subsidie criteria

Onderdeel van Nadere regels voor subsidieverstrekking 2016

Het project sluit aan bij de doelstellingen zoals zijn weergeven in artikel 1; Het project is gericht Het project is organisatie-overstijgend en leidt tot duurzame samenwerking tussen meerdere (jeugdhulp)partners) en/of heeft een leereffect voor andere (jeugdhulp)instellingen; Het project realiseert quick-wins (dit zijn snel te behalen, kleine resultaten die worden ervaren als een verbetering, als een teken dat de innovatie zijn vorm krijgt); De aanvrager maakt in het projectplan voldoende aannemelijk dat: In financiële zin: de structurele besparing in de kosten staat in verhouding tot het financieel rendement dat deze eenmalige investering in de uitvoering van het innovatieplan oplevert. Dit wordt uitgedrukt in een proportionaliteitsgetal. Bijvoorbeeld: beoogde structurele kos-tenbesparing € 200.000,-. De totale subsidiabele kosten van de uit te voeren maatregelen bedragen € 60.000,- -> berekende proportionaliteit = 3,33 In kwalitatieve zin: de kwalitatieve voordelen die het plan oplevert ten opzichte van de huidige wijze van werken. Er voldoende organisatiekracht en inhoudelijke kwaliteit bij de subsidieaanvrager beschik-baar is voor de daadwerkelijke uitvoering van het ingediende plan; Het projectplan financieel uitvoerbaar en realistisch is, door middel van een begroting van de kosten van de activiteiten, inclusief bijdrage van derden, eigen investeringen en het aangevraagde subsidiebedrag (rekening houdend met artikel 11). Het projectplan organisatorisch en praktisch uitvoerbaar en realistisch is. Het project heeft betrekking op een aantal gemeenten binnen de regio WBW: Van 0 tot en met 3 gemeenten: 1 punt Van 4 tot en met 6 gemeenten: 2 punten Van 7 tot en met 9 gemeenten: 3 punten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel