Het kan voorkomen dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit niet onder de hiervoor onder 3.1, 3.2 of 3.3 geformuleerde beleidsuitgangspunten valt, maar er toch aanleiding is die aanvraag aan een Bibob-toets te onderwerpen. Om die reden wordt, naast de hiervoor genoemde uitgangspunten waarbij als regel een Bibob-toets plaatsvindt, de Bibob-toets ook in bijzondere gevallen ingezet. Van een bijzonder geval is sprake wanneer, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit, een op feiten en/of omstandigheden en/of lokaal beleid gebaseerde risico-inschatting leidt tot de conclusie dat een Bibob-toets geboden is. In een dergelijk bijzonder geval vindt een Bibob-toets plaats welke in dit specifieke geval altijd gemotiveerd dient te worden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Bijzondere gevallen
Onderdeel van Bibob-Beleidslijn B5 Wabo (bouwen en wonen)