**1..** Indien en voor zover het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester een bevoegdheid mandateren, dragen zij daarbij tevens de bevoegdheid tot ondertekening over, tenzij anders vermeld en voor zover dit wettelijk niet is uitgesloten.
**2..** Indien uitsluitend sprake is van ondertekeningsmandaat en dit op grond van de wet niet is uitgesloten, wordt dit in het in artikel 11 bedoelde register uitdrukkelijk vermeld.
Artikel 6 Uitzonderingen
Het mandaat strekt zich niet uit tot:
stukken gericht aan de Kroon, ministers, staatssecretarissen, commissarissen van de Koningin of Gedeputeerde Staten, behoudens zaken met een routinematig karakter;
besluiten tot toepassing van bestuursrechtelijke sancties;
besluiten tot toekenning van schadevergoeding.
Artikel 7 Ondermandaat
Voor mandatering wordt een onderscheid gemaakt in primaire systemen en bedrijfsvoeringsystemen als personeel, financiën, organisatie en informatie.
De mandaatverlener kan uitsluitend doormandateren binnen de aan hem verleende bevoegdheden en verplichtingen.
(Door)mandatering vindt plaats door middel van mandaatlijsten, waarbij het navolgende hiërarchische proces van toepassing is: besluit college van burgemeester en wethouders respectievelijk burgemeester, gemeentesecretaris/ algemeen directeur, directeur van de sector (hoofd uitvoering) of concerncontroller, manager en overige medewerkers.
Bij het proces voor mandatering gelden als randvoorwaarden dat:
de mandaatverlener bepaalt in hoeverre doorgemandateerd kan worden;
de reeds opgelegde beperkingen en voorwaarden ook gelden voor doormandatering;
de bepalingen van de mandaatregeling in acht worden genomen.
Artikel 8 Ondertekening
In geval van uitoefening van bevoegdheden namens het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens het college van burgemeester en wethouders van Almelo" respectievelijk met: "Namens de burgemeester van Almelo" gevolgd door de functieaanduiding van de mandataris en zijn of haar handtekening en naam.
In geval van uitoefening van ondermandaat worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens het college van burgemeester en wethouders van Almelo" respectievelijk met: "Namens de burgemeester van Almelo" gevolgd door de functieaanduiding van de mandataris, "voor deze," gevolgd door de handtekening en naam van de ondermandataris.
In geval van uitoefening van ondertekeningsmandaat worden uitgaande stukken ondertekend met: “Overeenkomstig het door het college van burgemeester en wethouders genomen besluit” gevolgd door de functieaanduiding van de functionaris die gemachtigd is tot het ondertekenen en zijn of haar handtekening en naam.
Bij afwezigheid van de tot tekenen aangewezen functionaris zal alleen diegene tekenen die daartoe in het kader van de mandatering formeel is aangewezen.
HOOFDSTUK 2 VOLMACHT EN MACHTIGING
Artikel 9 Volmacht en machtiging aan de gemeentesecretaris
Aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur wordt volmacht en machtiging verleend tot het namens het college van burgemeester en wethouders verrichten van (rechts)handelingen die geen besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht zijn.
Artikel 10 Machtiging aan anderen
De gemeentesecretaris/algemeen directeur heeft, ten behoeve van de uitoefening van een krachtens artikel 9 verleende bevoegdheid, schriftelijk of elektronisch volmacht en machtiging verleend aan de directeuren en de afdelingshoofden.
Het college van burgemeester en wethouders kunnen, ten behoeve van de uitoefening van een krachtens artikel 9 verleende bevoegdheid, andere gemeenteambtenaren schriftelijk of elektronisch volmacht of machtiging verlenen.
De volmacht of machtiging wordt ingeschreven in het in artikel 11 bedoelde register.
HOOFDSTUK 3 REGISTRATIE, CONTROLE EN VERANTWOORDING
Artikel 11 Register en bekendmaking
Alle op permanente grondslag verleende mandaten, de in artikel 7 bedoelde ondermandaatlijst en de in artikel 10 bedoelde volmachten- en machtigingen worden in een mandaatregister opgenomen.
Het mandaatregister wordt bij de balie van de sector klantencontactcentrum ter inzage gelegd.
Eenmaal per twee jaar wordt een geactualiseerde versie van het mandaatregister vastgesteld en bekendgemaakt. Indien organisatieontwikkelingen of ontwikkelingen in de regelgeving hiertoe aanleiding geven, kan worden besloten het mandaatregister tussentijds te actualiseren.
Artikel 12 Controle en verantwoording
De mandataris of ge(vol)machtigde zal het mandaat uitoefenen overeenkomstig een door de mandans en volmachtgever gegeven instructie.
De mandataris of ge(vol)machtigde stelt het college van burgemeester en wethouders in kennis van bijzondere ontwikkelingen en eventuele uitvoeringsknelpunten.
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Bij inwerkingtreding van dit besluit vervallen alle eerder door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester aan gemeenteambtenaren verleende mandaten.
De regeling kan worden aangehaald als ”Mandaatregeling gemeente Almelo 2013”.
Almelo, 1 juli 2013
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo,
De secretaris, De burgemeester,
Mr. G.A. De Haan, J.H.M. Hermans-Vloedbeld
De burgemeester van Almelo,
J.H.M. Hermans-Vloedbeld
Relevante wetsartikelen uit de Algemene wet bestuursrecht
TITEL 10.1
Mandaat, delegatie en attributie
AFDELING 10.1.1
Mandaat
Art. 10:1. Begrip mandaat (1A.1.1.1)
Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
Art. 10:2. Toerekening (1A.1.1.1a)
Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever.
Art. 10:3. Bevoegdheid tot mandaatverlening (1A.1.1.2)
1. Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. 2. Mandaat wordt in ieder geval niet verleend indien het betreft een bevoegdheid: a. tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien; b. tot het nemen van een besluit ten aanzien waarvan is bepaald dat het met versterkte meerderheid moet worden genomen of waarvan de aard van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure zich anderszins tegen de mandaatverlening verzet; c. tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan. 3. Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen. 4. Indien artikel 5:53 van toepassing is, wordt mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt.
Art. 10:4. Instemming niet-ondergeschikte gemandateerde (1A.1.1.4)
1. Indien de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, behoeft de mandaatverlening de instemming van de gemandateerde en in het voorkomende geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien bij wettelijk voorschrift in de bevoegdheid tot de mandaatverlening is voorzien.
Art. 10:5. Algemeen of bijzonder mandaat (1A.1.1.5)
1. Een bestuursorgaan kan hetzij een algemeen mandaat, hetzij een mandaat voor een bepaald geval verlenen. 2. Een algemeen mandaat wordt schriftelijk verleend. Een mandaat voor een bepaald geval wordt in ieder geval schriftelijk verleend indien de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever.
Art. 10:6. Instructies | Inlichtingen (1A.1.1.6)
1. De mandaatgever kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. 2. De gemandateerde verschaft de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
Art. 10:7. Bevoegdheid mandaatgever (1A.1.1.7)
De mandaatgever blijft bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.
Art. 10:8. Intrekking mandaat (1A.1.1.8)
1. De mandaatgever kan het mandaat te allen tijde intrekken. 2. Een algemeen mandaat wordt schriftelijk ingetrokken.
Art. 10:9. Ondermandaat (1A.1.1.9)
1. De mandaatgever kan toestaan dat ondermandaat wordt verleend. 2. Op ondermandaat zijn de overige artikelen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing.
Art. 10:10. Vermelding mandaatgever (1A.1.1.10)
Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
Art. 10:11. Ondertekeningsmandaat (1A.1.1.11)
1. Een bestuursorgaan kan bepalen dat door hem genomen besluiten namens hem kunnen worden ondertekend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 2. In dat geval moet uit het besluit blijken dat het door het bestuursorgaan zelf is genomen.
Art. 10:12. Volmacht en machtiging bij andere handelingen (1A.1.1.12)
Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan aan een ander, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, volmacht verleent tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of machtiging verleent tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.