Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de
bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te
vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te
vernietigen;
of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen dat
verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
voorraad te hebben of te vervoeren. Het bevoegd gezag kan
ontheffing verlenen van dit verbod.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 104
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld