Het is verboden in de open lucht vuur aan te leggen, te
stoken of te hebben.
Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover:
de op de Wet milieubeheer gebaseerde
voorschriften, artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van
Strafrecht of artikel 36 van deze
verordening van toepassing zijn;
het verbranden van zieke planten en houtopstanden
betreft waarvoor de plantenziektenkundige Dienst te
Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het
noodzakelijk is deze planten of houtopstanden
spoedig ter plaatse te verbranden;
het verlichting betreft door middel van kaarsen,
fakkels en dergelijke of vuur om te koken of bakken
indien dat geen gevaar of hinder oplevert voor de
omgeving; of
het verbranden voor schoon, droog, niet geverfd en
niet verduurzaamd hout in vuurkorven met een
maximale inhoud van 25 liter betreft, indien dat
geen gevaar of hinder oplevert voor de
omgeving.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
lid gestelde verbod voor:
het in de maanden november tot en met april
verbranden van kap- en snoeihout;
vuren bij de jaarwisseling;
kampvuren op recreatieterrein Zeumeren.
Een ontheffing bedoeld in het derde lid kan worden
geweigerd;
in het belang van de openbare orde en
veiligheid;
ter bescherming van de woon- en leefomgeving;
ter bescherming van flora en fauna;
ter voorkoming van hinder, of nadelige beïnvloeding
van het milieu door rook, roet, stof, walm of
stank.
Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het
in het derde lid bepaalde.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 135
Verbod vuur te stoken
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld