Het college beoordeelt of belanghebbende niet in staat is tot het
verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie heeft.
Het college kan belanghebbende vragen gegevens in te leveren die
voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
De aanspraak op een individuele studietoeslag ontstaat niet eerder
dan de dag van aanvraag.