Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:48

Verboden drank- of drugsgebruik

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oisterwijk 2015

1.. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.. Het verbod is niet van toepassing op: a.. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b.. de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. 3.. Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:48a Glazen drinkgerei op wegen Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeeltes en binnen een door de burgemeester aangewezen periode drank in drinkgerei van glas en flessen van glas bij zich te hebben of met zich mee te voeren. De burgemeester kan de wegen of weggedeeltes en de periode aanwijzen in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of bescherming van het woon- en leefmilieu indien en voor zover de genoemde belangen dit noodzakelijk maken. In beginsel is het verbod ook van toepassing op alle terrassen van openbare inrichtingen, tenzij de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 4 onder a. De houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de openbare inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten het inpandige gedeelte van de openbare inrichting brengen ten tijde van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 3 De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. De burgemeester kan in zijn aanwijzing bepalen dat het bepaalde in lid 1 en/of 2 niet van toepassing is voor: Bepaalde of alle terrassen die horen bij een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27; Voor een plaats, niet zijnde een openbare inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2.48b Verbod drinkgerei van glas en flessen van glas Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode in een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 respectievelijk op de plaats waarvoor de genoemde ontheffing geldt, drank te verstrekken in drinkgerei van glas en in flessen van glas. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in het inpandige gedeelte van een restaurant, van een afgescheiden restaurantgedeelte van een openbare inrichting, van een hotel of van een pension, dan wel op daarbij horende, niet aan de weg gelegen terrassen. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel