1. Indien een belanghebbende tijdens de periode waarop recht op bijstand bestaat, geen rente en aflossing verschuldigd is, geeft het college al bij toekenning van de geldlening uitstel van betaling gedurende de periode dat algemene bijstand wordt ontvangen, uiterlijk tot het moment dat de woning, de woonwagen of het woonschip te gelde wordt gemaakt, voor zover dat in de periode van bijstandsverlening plaatsvindt. Dit ter verlenging van de verjaringstermijn van 20 jaar.
2. Als een belanghebbende (inmiddels) aflossings- en eventueel renteverplichtingen heeft en die verplichtingen ook nakomt, erkent hij het recht op betaling en door deze erkenning stuit de verjaring conform artikel 4:105 Awb.
Woonkostentoeslag
Bijzondere bijstand voor woonkosten kan in de regel niet als geldlening worden verleend. In artikel 50 lid 2 Participatiewet is namelijk alleen opgenomen dat bij vermogen in de eigen woning boven de vrijlating, de algemene bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend. Alleen als de noodzaak tot verlening van deze bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de bestaansvoorziening, of indien er sprake is van binnenkort te ontvangen middelen om in het bestaan te voorzien, is op grond van artikel 48 lid 2 Participatiewet deze bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening mogelijk. Een woonkostentoeslag is ook bijzondere bijstand en kan dus niet meegenomen worden in de krediethypotheek.
Hoofdstuk
Artikel 12: