Naar hoofdinhoud
De Participatiewet schrijft niet voor op welke wijze de waarde van de woning moet worden vastgesteld. Het college kan hiervoor richtlijnen vaststellen. De hieronder beschreven werkwijze wordt gevolgd: Voor de waardevaststelling kan worden uitgegaan van de meest recente WOZ-waardebeschikking die in het kader van de Wet waardering onroerende zaken jaarlijks aan de eigenaar wordt uitgereikt. Daarbij kan worden aangetekend dat op verzoek van belanghebbende van deze WOZ-waardebeschikking kan worden afgeweken, indien belanghebbende van oordeel is dat de vastgestelde waarde geen recht doet aan de huidige waarde, door bijvoorbeeld een snel inzakkende markt. De WOZ_waardepeildatum ligt namelijk een jaar voor het kalenderjaar van de WOZ-waardebeschikking. Als er aanleiding bestaat om van de WOZ-waardebeschikking af te wijken, wordt een taxateur ingeschakeld. Omdat het verzoek, om af te wijken, door belanghebbende is gedaan, zijn de kosten van taxatie in principe voor rekening van belanghebbende. Belanghebbende kan zelf een taxateur aanwijzen. Deze dient echter wel gecertificeerd te zijn en vermeld te staan in het taxateursregister VastgoedCert of SCVM. De waarde van de woning die niet zelf wordt bewoond Wanneer er sprake is van een woning die belanghebbende of zijn gezin zelf in eigendom bewoont, dan kan die woning vrij worden opgeleverd. Dat is echter anders bij een woning in eigendom die aan derden is verhuurd. Vanwege het huurrecht kan die woning in het algemeen niet vrij worden opgeleverd. De waarde van woningen in verhuurde staat, waarbij vrije oplevering niet mogelijk is, wordt vastgesteld op 60% van de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering. Indien sprake is van een woning die niet zelf wordt bewoond, maar wordt verhuurd aan derden, is de vermogensvrijlating van artikel 34 lid 2 sub d Participatiewet echter sowieso niet aan de orde. Hierdoor zal bijstand (ook in de vorm van een geldlening) over het algemeen niet mogelijk zijn, tenzij aangetoond kan worden dat er redelijkerwijs (nog) niet over het vermogen in de woning kan worden beschikt, en de inkomsten uit verhuur lager zijn dan de geldende bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel