Naar hoofdinhoud
1. Na toepassing van de artikelen 3 en 4 van deze beleidsregels: a. bedraagt de uitkering voor de alleenstaande en alleenstaande ouder minimaal 50% van de gehuwdennorm, tenzij sprake is van een verlaging op grond van de afstemmingsverordening, en maximaal 70% van de gehuwdennorm; b. bedraagt de uitkering voor gehuwden minimaal 80% van de gehuwdennorm, tenzij sprake is van een verlaging op grond van de afstemmingsverordening, en maximaal 100% van de gehuwdennorm.

Rechtspraak bij dit artikel