Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5:

Geen zicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz; Bijzondere bijstand Barendrecht 2015

1. De volgende belanghebbenden worden geacht geen uitzicht te hebben op inkomensverbetering, waardoor zij wel in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag: a. belanghebbenden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; b. belanghebbenden die op de peildatum nog minimaal gedurende 12 maanden een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling hebben op grond van artikel 9a Participatiewet; c. belanghebbenden die op de peildatum nog minimaal gedurende 12 maanden een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling hebben op grond van artikel 9 lid 2 Participatiewet; d. belanghebbenden die op grond van artikel 6b Participatiewet medisch urenbeperkt zijn, reeds het maximaal haalbare aantal uren werken en waarvan niet de verwachting is dat de medische beperking binnen 12 maanden na de peildatum ophoudt te bestaan; e. belanghebbenden die op de peildatum ingedeeld zijn in Trede 1, 2, 3; f. belanghebbenden waarbij is vastgesteld dat er uitzicht is op inkomensverbetering in de toekomst, die alle inspanningen hebben verricht om tot inkomensverbetering te komen, maar waarbij desondanks niet de verwachting is dat de inkomensverbetering binnen 12 maanden tot stand zal komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel