**1..** Het college kan ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke
aanvraag vaststellen of de belang-hebbende die arbeidsmogelijkheden
heeft, niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen en
daarmee behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de wet.
**2..** Het college kan advies inwinnen over het oordeel of de
belanghebbende tot de doelgroep Loonkosten-subsidie behoort.
**3..** Het college stelt de loonwaarde van de belanghebbende vast, indien
een werkgever voornemens is met deze persoon een dienstbetrekking
aan te gaan.
**4..** Bij de vaststelling van de loonwaarde neemt het college in
aanmerking of sprake is van beperkingen van lichamelijke,
verstandelijke, psychische of andere aard, die naar verwachting
leiden tot een arbeids-prestatie met een loonwaarde van niet meer
dan 80% van het wettelijk minimumloon.
**5..** Bij de vaststelling van de loonwaarde betrekt het college opgaven en
inlichtingen van de belanghebbende en de werkgever, en/of de
praktijkervaringen van de belanghebbende, bijvoorbeeld tijdens een
stage of proefplaatsing, indien deze vooraf zijn gegaan aan de
arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever.
**6..** Het college maakt gebruik van een objectief loonwaardenmeetsysteem
voor het beoordelen of de belanghebbende tot de doelgroep
loonkostensubsidie behoort.
**7..** Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de hoogte van de
loonwaarde is vastgesteld.
**8..** De loonkostensubsidie bedraagt het verschil tussen de loonwaarde en
het wettelijk minimumloon en bedraagt maximaal 70% van het wettelijk
minimum loon, vermeerderd met een bij ministeriële regeling nader te
bepalen vergoeding voor werkgeverslasten.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 9.
Loonwaarde en loonkostensubsidie.
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Delft 2015