Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 9.

Loonwaarde en loonkostensubsidie.

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Delft 2015

1.. Het college kan ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke aanvraag vaststellen of de belang-hebbende die arbeidsmogelijkheden heeft, niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen en daarmee behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de wet. 2.. Het college kan advies inwinnen over het oordeel of de belanghebbende tot de doelgroep Loonkosten-subsidie behoort. 3.. Het college stelt de loonwaarde van de belanghebbende vast, indien een werkgever voornemens is met deze persoon een dienstbetrekking aan te gaan. 4.. Bij de vaststelling van de loonwaarde neemt het college in aanmerking of sprake is van beperkingen van lichamelijke, verstandelijke, psychische of andere aard, die naar verwachting leiden tot een arbeids-prestatie met een loonwaarde van niet meer dan 80% van het wettelijk minimumloon. 5.. Bij de vaststelling van de loonwaarde betrekt het college opgaven en inlichtingen van de belanghebbende en de werkgever, en/of de praktijkervaringen van de belanghebbende, bijvoorbeeld tijdens een stage of proefplaatsing, indien deze vooraf zijn gegaan aan de arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever. 6.. Het college maakt gebruik van een objectief loonwaardenmeetsysteem voor het beoordelen of de belanghebbende tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 7.. Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de hoogte van de loonwaarde is vastgesteld. 8.. De loonkostensubsidie bedraagt het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon en bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimum loon, vermeerderd met een bij ministeriële regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel