Deze verordening verstaat onder:
de wet: Participatiewet;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;
de doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de wet, of als bedoeld in artikel 10d, tweede lid van de wet.
een uitkeringsgerechtigde: persoon vanaf 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, die algemene bijstand ontvangt, ingevolge de wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-ongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
een niet-uitkeringsgerechtigde: persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die geen recht heeft op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de wet, of op grond van de overige wetten, zoals opgenomen in artikel 6, eerste lid onderdeel a van de wet. Met een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, tweede lid van de wet;
een Anw-gerechtigde: persoon die een nabestaanden- of halfwezen uitkering ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw);
een belanghebbende: persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet aanspraak kan maken op een voorziening;
een arbeidsbeperkte: persoon van wie door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijke minimumloon;
de loonwaarde: waarde van de prestatie die de werknemer levert op de werkvloer in verhouding tot die van een reguliere werknemer in dezelfde functie. Van toepassing is artikel 6, eerste lid onderdeel g van de wet;
een participatieplaats: een participatieplaats als bedoeld in artikel 10a van de wet;
beschut werk: werk in een beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 10b van de wet;
sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie.
Alle begrippen die in deze verordening staan en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht of de overige in deze verordening aangehaalde wetten.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1