Indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid kan de bestuurlijke boete verlaagd worden. Het College van burgemeester en wethouders acht in de volgende gevallen verminderde verwijtbaarheid aanwezig:
als de belanghebbende op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen in onvoorziene en ongewenste omstandigheden verkeerde die niet tot het normale levenspatroon behoren. Deze omstandigheden brachten belanghebbende weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid om aan zijn verplichting te voldoen, maar waren emotioneel zo ontwrichtend dat het belanghebbende niet volledig valt toe te rekenen dat de informatie niet tijdig of volledig aan het College van burgemeester en wethouders is verstrekt.
Denk hierbij aan (niet limitatief): ernstige ziekte, ontslag, plotselinge ziekenhuisopname, faillissement van betrokkene, overlijden van een naaste, relatiebreuk of gezinscrisis.
als de belanghebbende in een zodanige geestelijke toestand verkeerde dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen. Denk hierbij aan (niet limitatief): burn-out, beroerte, dementie of een algehele afnemende geestelijke gezondheid.
als de belanghebbende onjuiste of onvolledige informatie verstrekt of een wijziging van omstandigheden niet onverwijld meldt, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding door het College van burgemeester en wethouders is geconstateerd;
als er sprake is van een samenloop van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot verminderde verwijtbaarheid. Denk hierbij aan (niet limitatief): de mate waarin belanghebbende de mogelijkheid had om aan de inlichtingenplicht te voldoen en de argumenten van belanghebbende.
Artikel 3
Criteria verminderde verwijtbaarheid
Onderdeel van Richtlijn boete-oplegging Participatiewet (IOAW, en IOAZ)