Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12:

Tenietgaan pand- of hypotheekrechten / verjaring (artikel 3:323 BW)

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz; Inkomen, Vermogen, Terugvordering/Verhaal, Boeten, Regeling Kinderopvang Barendrecht 2015

1. Indien een belanghebbende tijdens de periode waarop recht op bijstand bestaat, geen rente en aflossing verschuldigd is, geeft het college al bij toekenning van de geldlening uitstel van betaling gedurende de periode dat algemene bijstand wordt ontvangen, uiterlijk tot het moment dat de woning, de woonwagen of het woonschip te gelde wordt gemaakt, voor zover dat in de periode van bijstandsverlening plaatsvindt. Dit ter verlenging van de verjaringstermijn van 20 jaar. 2. Als een belanghebbende (inmiddels) aflossings- en eventueel renteverplichtingen heeft en die verplichtingen ook nakomt, erkent hij het recht op betaling en door deze erkenning stuit de verjaring conform artikel 4:105 Awb. Woonkostentoeslag Bijzondere bijstand voor woonkosten kan in de regel niet als geldlening worden verleend. In artikel 50 lid 2 Participatiewet is namelijk alleen opgenomen dat bij vermogen in de eigen woning boven de vrijlating, de algemene bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend. Alleen als de noodzaak tot verlening van deze bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de bestaansvoorziening, of indien er sprake is van binnenkort te ontvangen middelen om in het bestaan te voorzien, is op grond van artikel 48 lid 2 Participatiewet deze bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening mogelijk. Een woonkostentoeslag is ook bijzondere bijstand en kan dus niet meegenomen worden in de krediethypotheek. PARTTIME ONDERNEMERSCHAP Volledige uitstroom uit de bijstand naar regulier werk is het ultieme doel, maar in de praktijk voor veel cliënten niet altijd haalbaar. Soms kunnen tijdelijk werk en deeltijd werk een goede opstap zijn naar volledige uitstroom. Dat kan zijn in de vorm van loondienst, maar voor sommige cliënten kan ook parttime ondernemerschap een goed (tijdelijk) alternatief zijn. Klanten die parttime of flexibel werken zijn actief, doen werkervaring op en verlagen de uitkeringslasten. Parttime ondernemen is ook een vorm van deeltijdwerken. Vanwege de opkomst van deeltijdbanen, toenemend gebruik van internet is het op veel manieren mogelijk om parttime te ondernemen, al dan niet in combinatie met een parttime baan. Het zogenaamde hybride ondernemerschap is erg in opkomst. Niet elk bedrijfstype is geschikt voor parttime ondernemerschap. Over het algemeen zal het alleen geschikt zijn bij bedrijfstypen met lage vaste lasten, geen of weinig investeringen en een laag financieel afbreukrisico. Bij parttime ondernemers zijn er op basis van praktijkervaringen twee profielen geconstateerd: Parttime ondernemen is het maximaal haalbare omdat er om wat voor reden dan ook een volledige werkbelasting niet mogelijk is; Parttime ondernemen vergroot het netwerk, activeert en vormt een opstap naar een (parttime) baan of uiteindelijk uitstroom naar volledig ondernemerschap. Wat is parttime ondernemerschap? Hieronder wordt verstaan dat de feitelijke werkzaamheden van de belanghebbende (en zijn partner) maximaal 20 uur per week bedragen. Als de belanghebbende activiteiten ontwikkelt die meer zijn dan van bescheiden omvang, dient belanghebbende een keuze te maken: - Of de activiteiten terugbrengen, óf - De levensvatbaarheid van de activiteiten laten toetsen middels een aanvraag als starter ingevolge het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Verplichtingen bij parttime ondernemerschap: 1. De ondernemer moet volledig reëel beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Deze verplichting wordt onvoorwaardelijk opgelegd. 2. De ondernemer moet schriftelijk toestemming vragen bij de klantmanager Werk en de medewerker Zelfstandigen voor het uitvoeren van parttime ondernemerschap. Dit omdat aan de hand van de criteria beoordeeld moet worden of er inderdaad sprake is van een bescheiden omvang, er aan de zelfstandige activiteiten voorwaarden gesteld moeten worden en er nauwkeurige afspraken gemaakt moeten worden over de verantwoording en verrekening van verdiensten. 3. De ondernemer moet ingeschreven blijven staan als werkzoekende bij het UWV Werkplein. 4. De ondernemer moet volledig beschikbaar zijn voor arbeid in loondienst. 5. De ondernemer moet actief blijven solliciteren en meewerken aan uitstroom. 6. De ondernemer moet gebruik maken van een aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 7. De ondernemer is verplicht om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. 8. De ondernemer dient periodiek inzicht te geven in zijn activiteiten, tijdsbesteding etc. 9. De ondernemer dient te voldoen aan de wettelijk gestelde vestigingsvereisten voor de activiteiten, zoals vergunningen etc. 10. De ondernemer dient zich in te laten schrijven bij de Kamer van Koophandel. 11. De ondernemer dient een aparte bankrekening te hebben voor de zakelijke transacties. 12. De ondernemer dient ervoor te zorgen dat de bedrijfskosten in een reële verhouding staan tot de omzet en dit inzichtelijk te kunnen maken via de boekhouding. 13. Voor investeringen en grote aankopen wordt vooraf toestemming gevraagd aan de medewerker zelfstandigen. 14. De ondernemer dient de werkzaamheden snel te kunnen beëindigen als er werk wordt aangeboden, en moet dus geen langdurige verplichtingen of contracten aangaan. 15. De ondernemer dient een boekhouding/administratie te voeren voor de Belastingdienst en de Gemeente. 16. De ondernemer dient jaarlijks de belastingaangifte te overleggen. 17. De ondernemer mag zich bij de Belastingdienst niet als zelfstandige presenteren, en mag ook geen zelfstandigenaftrek aanvragen bij de Belastingdienst. 18. De ondernemer dient zijn activiteiten aan te bieden tegen een marktconforme uurprijs. Inkomstenkorting: Aan de parttime ondernemer wordt een bijstandsuitkering om niet toegekend. Maandelijks worden de volledige inkomsten, die opgegeven worden middels een Meldingsformulier Uitkeringen, op de uitkering in mindering gebracht. De inkomsten betreffen de omzet minus kosten (exclusief BTW). Jaarlijks stelt de medewerker zelfstandigen de definitieve berekening van de inkomsten vast. In de beschikking, waarin toestemming gegeven wordt voor het parttime ondernemerschap dient opgenomen te worden, dat ingevolge artikel 58 lid 2 sub e Participatiewet de bijstand wordt teruggevorderd, indien de uiteindelijke inkomsten hoger zijn geweest dan waarmee rekening is gehouden. Toegestane bedrijfskosten: Alleen de noodzakelijke kosten die gemaakt moeten worden voor de uitvoering van de werkzaamheden mogen als bedrijfskosten in mindering gebracht worden op de omzet. Bedrijfskosten moeten aannemelijk gemaakt kunnen worden aan de hand van rekeningen en bankafschriften. De medewerker zelfstandigen controleert periodiek of de kosten reëel zijn. Voor investeringen en grote aankopen wordt vooraf toestemming gevraagd aan de medewerker zelfstandigen. Herbeoordeling: Periodiek, minimaal eens per jaar, moet er een heronderzoek plaatsvinden om te beoordelen of de belanghebbende voldoet aan de verplichtingen, en om de definitieve inkomsten vast te stellen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de medewerker zelfstandigen, in samenwerking met de klantmanager werk/inkomen. De arbeidsverplichtingen worden door de klantmanager werk gecontroleerd. Tijdens de onderzoeken zal ook worden bekeken of de werkzaamheden kunnen worden uitgebreid naar volledig ondernemerschap. Afstemming: Als belanghebbende zich niet houdt aan de opgelegde verplichtingen op het gebied van het parttime ondernemerschap, dan wordt er een maatregel overwogen door de medewerker zelfstandigen. Als het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld, omdat belanghebbende geen of onvoldoende informatie geeft over de inkomsten en uitgaven als parttime ondernemer, kan de uitkering worden beëindigd. Als belanghebbende zich niet houdt aan de opgelegde re-integratieverplichtingen, beoordeelt de klantmanager werk of er een maatregel moet worden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel