1. De inkomsten uit commerciële (onder)verhuur/kamerverhuur, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht, onder aftrek van € 62,00 per maand.
2. De inkomsten van een kostganger, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht, onder aftrek van € 354,00 per maand.
3. Het bedrag genoemd onder het eerste en tweede lid wordt afgerond op een hele euro.
4. Het vrijlatingsbedrag als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de regels in hoofdstuk 4.9 van de Refoca-richtlijn.
5. Mocht belanghebbende als gevolg van het (onder)verhuren van een kamer geconfronteerd worden met een aantoonbaar verlies aan huurtoeslag, dan dient het bedrag waarvan belanghebbende aantoont dat hij dit misloopt aan huurtoeslag, eveneens op het inkomen uit verhuur in mindering gebracht te worden.
Ad 1:
Onder hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijn staat het bedrag dat de belanghebbende, na aftrek van een forfaitair bedrag voor kost- en/of inwoning, daadwerkelijk als bijdrage in de woonlasten van de
inwoner(s) ontvangt in verband met meerderjarige inwoners. Het forfaitaire bedrag kan, indien er
alleen sprake is van inwoning, worden gesteld op € 2,04 per dag voor energie, afschrijving van
meubilair en dergelijke. Omwille van de werkbaarheid is het forfaitaire bedrag omgerekend naar een
maandbedrag van € 2,04 x 365 : 12 = € 62,05 en vervolgens afgerond op € 62,00.
Met andere woorden: al het meerdere van € 62,00 aan inkomsten uit verhuur moet op de bijstand van
belanghebbende in mindering worden gebracht.
Ad. 2:
Ten aanzien van de forfaitaire kosten van een kostganger is eveneens aansluiting gezocht bij
hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen. Voor een kostganger zijn de kosten echter hoger.
Het forfaitaire bedrag kan, indien er alleen sprake is van inwoning, worden gesteld op € 2,04 per dag
voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke. Is de inwoner tevens kostganger, dan kan daarnaast voor de maaltijden € 9,60 per dag worden gerekend.
Het forfaitaire bedrag omgerekend dan € 2,04 + € 9,60 = € 11,64 x 365 : 12 = € 354,05 en
vervolgens afgerond op € 354,00.
Zijn er meerdere kostgangers, dan moet een schaalverdeling worden gemaakt. Voor de tweede inwoner wordt dan 80% van het forfaitaire bedrag genomen, voor de derde 70% en zo verder (deze percentages zijn berekend met behulp van de uitgaven aan voeding en budgetonderzoeken van het CBS).
Hoofdstuk
Artikel 5: