Voor de in artikel 2, lid 1 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden, waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is.
Tot de in het eerste lid bedoelde categorieën woningzoekenden behoren
de in artikel 12, derde lid, van de wet bedoelde categorieën woningzoekenden;
de ingezetene, die dringend woonruimte nodig heeft om sociale, financiële of medische redenen.
Een sociale reden, als bedoeld in lid 2 is aan de orde indien:
de aanvrager de woonruimte moet verlaten ten gevolge van een gerechelijk (niet zijnde echtscheidings-) vonnis, voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had kunnen worden of;
de aanvrager als gevolg van een calamiteit, zoals brand of overstroming, de woonruimte moet verlaten of;
de aanvrager de woonruimte moet verlaten als gevolg van de beëindiging van een samenlevingsvorm én de zorg heeft voor één of meerdere minderjarige kind(eren). In dit geval kan slechts één partij urgentie aanvragen én moet er voor de kinderen geen andere, al dan niet tijdelijke oplossing voor de huisvesting zijn.
Een financiële reden, als bedoeld in lid 2 is aan de orde indien:
een zodanige financiële positie is ontstaan buiten de schuld om van de aanvrager, waardoor de woonlasten niet meer kunnen worden opgebracht of;
de aanvrager een woonkostentoeslag van de sociale dienst ontvangt onder de voorwaarde om te zien naar goedkopere woonruimte en;
de onder lid a en b genoemde omstandigheden mogen geen direct gevolg zijn van het verbreken van een samenlevingsvorm.
Een medische reden, als bedoeld in lid 2, is aan de orde indien een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem, in afwijking van de reguliere wachttijd, medisch urgent is.