Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Beleidsregel verlagingen en verhogingen gemeente Heerlen 2015, eerste wijziging

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, onder intrekking van de beleidsregel verlagingen en verhogingen gemeente Heerlen 2015. Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel verlagingen en Verhogingen gemeente Heerlen 2015, eerste wijziging”. Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 7 juli 2015. gemeentesecretaris, burgemeester, Algemene toelichting Vanaf 1 januari 2015 treedt de Participatiewet in werking. Door de introductie van de kostendelersnorm verandert de systematiek van de bijstandsverstrekking. Niet meer de gezins- en woonsituatie en het al dan niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan bepalen de hoogte van de bijstand, maar het totaal aantal personen dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en meetelt voor de kostendelersnorm (jongeren tot 21 jaar, commerciële relaties en studerenden zijn uitgezonderd van de kostendelersnorm). Door de introductie van de kostendelersnorm zijn toeslagen niet meer mogelijk. Een alleenstaande of alleenstaande ouder die de woning alleen bewoont (of uitsluitend met mensen die niet meetellen voor de kostendelersnorm) krijgt 70% van de gehuwdennorm. En bij de kostendelersnorm wordt al rekening gehouden met het kunnen delen van de woonkosten. Dat betekent dat: de verhoging voor alleenstaanden en alleenstaande ouders die de woonkosten niet kunnen delen verdwijnt; de verlaging voor gehuwden die de woonkosten kunnen delen verdwijnt; de verlaging van de (kostendelers)norm in verband met het ontbreken van woonlasten niet meer in een verordening wordt vastgelegd. De gemeente kan dit wel in beleidsregels opnemen (dat doen we in deze beleidsregel); de verlaging voor schoolverlaters niet meer in een verordening wordt vastgelegd. De gemeente kan dit wel in beleidsregels opnemen; de verlaging voor 21- en 22-jarigen verdwijnt. Op grond van artikel 29 WWB verstrekten wij een lagere uitkering aan 21- en 22-jarigen. Dat artikel is vervallen met de invoering van de Participatiewet. Er is geen mogelijkheid meer om aan 21- en 22-jarigen een lagere uitkering te verstrekken, omdat de juridische basis ontbreekt. In de parlementaire geschiedenis van de Participatiewet is dit onderdeel onbelicht gebleven. Dat betekent dat deze groep de normale norm krijgt onder de Participatiewet. De norm voor 21- en 22- jarigen verlagen, dus afwijkend van de wettelijke systematiek, is niet mogelijk, tenzij in individuele gevallen toepassing wordt gegeven aan artikel 18 lid 1 Participatiewet. Die bepaling kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden toegepast. In deze beleidsregel is niets opgenomen over inkomsten uit (onder)verhuur en kostgangerschap. Indien geen sprake is van een commerciële relatie, dan telt betreffende persoon mee bij berekening van de kostendelersnorm. Als er sprake is van een commerciële relatie dan telt deze persoon niet mee bij berekening kostendelersnorm (artikel 22a lid 4 onderdeel b Participatiewet). Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel