Burgemeester en wethouders kunnen de mate van urgentie terugbrengen c.q. laten vervallen indien:
aan de vereisten voor het verkrijgen van urgentie niet meer wordt voldaan;
de (mate van) urgentie is toegekend op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
de termijn waarvoor de urgentie is verleend is verstreken, gerekend vanaf de datum waarop de urgentie is verleend, en er geen gebruik is gemaakt van de urgentieregeling;
in uitzondering op dit artikel sub c kunnen burgemeester en wethouders artikel 4.1 lid 8 van toepassing verklaren;
de woningzoekende met urgentie naar het oordeel van burgemeester en wethouders één aanbieding van passende woonruimte heeft geweigerd.
In overeenstemming met artikel 4.2 lid 5 kan na het intrekken van een urgentieverklaring niet op grond van dezelfde omstandigheden opnieuw een urgentie worden aangevraagd.
Hoofdstuk
Artikel 4.5
Intrekking en het vervallen
Onderdeel van Urgentieverordening 2015 van de gemeente Bunschoten