Naar hoofdinhoud
Algemeen Een recente uitspraak van de CRvB, wordt het nieuwe (landelijke) sanctiebeleid ter discussie wordt gesteld. http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2 014:3754 Dit heeft geleid tot een aanpassing van de beleidsregel waarbij artikel 10 toegevoegd is. De Centrale Raad van Beroep schrijft voor dat voor de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende uitgangspunten gelden: bij een opzettelijke overtreding wordt een boete van 100% van het benadelingsbedrag opgelegd; bij grove schuld wordt een boete van 75% van het benadelingsbedrag opgelegd; bij gevallen waarin geen sprake is van opzet/grove schuld wordt een boete van 50% van het benadelingsbedrag worden opgelegd. Na vaststelling van bovenstaande dient pas beoordeeld te worden of er sprake is van verminderde verwijtbaarheid zoals genoemd in zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel. Lid 1 Opzet is een gradatie hoger dan grove schuld en kan worden omschreven als het willens en wetens handelen of nalaten, leidend tot het verlenen van een onjuist bedrag aan bijstand of het ten onrechte verlenen van bijstand. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan. Voorwaardelijke opzet is het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat een onjuist bedrag aan bijstand wordt betaald dan wel dat ten onrechte bijstand wordt verleend. Lid 2 Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid. Daarbij kan gedacht worden aan laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid. Bij grove schuld had de belanghebbende redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg kon hebben dat te veel bijstand zou worden betaald of ten onrechte bijstand zou worden verleend. In de werkinstructie wordt een nadere toelichting voorzien van voorbeelden opgenomen voor de beoordeling van opzet en grove schuld. Lid 4 Indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid dan wordt er een boete opgelegd van 25% van het benadelingsbedrag. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid indien: de betrokkene geen redelijke inspanning heeft geleverd om op de hoogte te zijn van feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op zijn uitkering; de betrokkene de inhoud van de correspondentie van de uitvoeringsinstantie niet begrijpt, bijvoorbeeld omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Van de betrokkene mag worden verwacht dat hij zich laat informeren omtrent de betekenis hiervan; de betrokkene langere tijd niet in staat is om zijn belangen te behartigen. Van de betrokkene mag worden gevergd dat hij ervoor zorgt dat een ander zijn zaken regelt. Laat hij dit na dan is er geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. Er is onder andere sprake van verminderde verwijtbaarheid indien: de betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt; de betrokkene verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen, of de betrokkene heeft wel inlichtingen verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting. Lid 5 Indien de verwijtbaarheid ontbreekt wordt geen boete opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel